Blog

  • 27 januari

    De dzogchen-tantra’s, de oude leer waar de bardo-cyclus deel van uit maakt, spreken over een mythische vogel, de garuda, die volgroeid geboren wordt. Dit beeld is een symbool van onze oorspronkelijke natuur, die al volmaakt is. Het garuda-kuiken heeft alle veren van zijn vleugels al in het ei volledig ontwikkeld, maar kan pas vliegen als het uit het ei komt. Pas op het moment dat de schaal openbarst kan het uitbreken en wegvliegen. Op eenzelfde manier, zo vertellen de meesters ons, worden de boeddhakwaliteiten door het lichaam belemmerd om zich pas op het moment van de dood, wanneer wij het lichaam achterlaten, in al hun pracht te openbaren.

  • 26 januari

    Het doel van nadenken over de dood is een werkelijke verandering teweegbrengen. Vaak vereist dit een periode van retraite en diepe contemplatie, omdat alleen dat onze ogen werkelijk kan openen.

    Contemplatie over de dood leidt tot een gevoel van wat wij ‘drang naar bevrijding’ noemen, in het Tibetaans ngé jung. Ngé betekent ‘feitelijk’ of ‘absoluut’, en jung betekent ‘eruit komen’, ‘uitstijgen boven’, of ‘geboren worden’. Door veelvuldig en diep na te denken over de dood ontstaat een gevoel van afkeer en merk je dat je gaandeweg boven je patronen ‘uitstijgt’. Je bent steeds meer bereid ze los te laten en uiteindelijk, zo zeggen de meesters, zul je je er zo gemakkelijk van kunnen bevrijden, “zoals je een haar uit een stuk boter trekt.”

  • 25 januari

    De wens om verlichting te bereiken voor het welzijn van anderen, die uit mededogen ontstaat, wordt in het Sanskriet Bodhicitta genoemd. Bodhi is onze verlichte essentie, en citta betekent hart. We kunnen bodhicitta dus vertalen met ‘het hart van onze verlichte geest’. Het hart van de verlichte geest tot leven roepen en tot bloei brengen betekent de kiem van onze boeddhanatuur gestaag laten rijpen. Als onze beoefening van mededogen volmaakt en alomvattend is geworden, zal deze kiem uiteindelijk majestueus in boeddhaschap ontluiken. Bodhicitta is de bron, de oorsprong en de wortel van het spirituele pad.

  • 24 januari

    In mijn traditie beschouwen wij de meester als nog vriendelijker dan de boeddha’s zelf. Hoewel het mededogen en de kracht van de boeddha’s altijd aanwezig zijn, verhindert onze verbinding ons de boeddha’s van aangezicht tot aangezicht te ontmoeten. De meester daarentegen kunnen wij ontmoeten; hij is hier in levenden lijve, hij ademt, spreekt, handelt om ons op alle mogelijke manieren het pad van de boeddha’s, de weg naar bevrijding, te laten zien.

    Mijn meesters zijn voor mij de belichaming van levende waarheid, onmiskenbare tekenen dat verlichting in een lichaam, in dit leven, in deze wereld mogelijk is. Zij zijn de inspiratie in mijn beoefening, in mijn werk, in mijn leven en op mijn weg naar bevrijding. Mijn meesters zijn voor mij de belichaming van verlichting en de herinnering aan mijn gelofte om verlichting de voornaamste plaats in mijn leven te geven, totdat ik haar daadwerkelijk bereik. Ik weet dat ik pas dan hun ware natuur en hun grenzeloze generositeit, liefde en wijsheid kan bevatten.

  • 23 januari

    Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden, dat de waarheid van het onderricht voorop staat, en niet de persoonlijkheid van de leraar.

    Het is belangrijk ons steeds te herinneren dat de echte leraar de woordvoerder van de waarheid is; haar mededogende ‘manifestatie van wijsheid’. Alle boeddha’s, meesters en profeten zijn in feite emanaties van deze waarheid. Zij verschijnen uit mededogen in talloze gedaantes om ons, door hun onderricht, terug te brengen tot onze ware natuur.

    In eerste instantie is het vinden van een leraar minder belangrijk dan het ontdekken en volgen van de waarheid van het onderricht; want door een verbinding te maken met de waarheid van het onderricht ontdek je je levende verbintenis met een leraar,

  • 22 januari

    Stel je iemand voor die, na een auto-ongeluk, plotseling in een ziekenhuis wakker wordt en aan totaal geheugenverlies lijdt. Uiterlijk is alles in orde; zijn gezicht en zijn vorm zijn nog precies hetzelfde, zijn zintuigen en zijn geest functioneren nog, maar hij heeft geen enkel idee wie hij werkelijk is.

    Net zo kunnen we onze ware identiteit, onze oorspronkelijke natuur niet meer herinneren. Uitzinnig van angst gaan wij koortsachtig op zoek en improviseren een nieuwe identiteit, één waar we aan vasthouden met de wanhoop van iemand die voortdurend in een afgrond dreigt te vallen. Deze valse en uit onwetendheid aangenomen identiteit is ‘ego’.

  • 21 januari

    Een meditatie-methode die veel mensen gebruiken bestaat eruit de aandacht ontspannen op een voorwerp te laten rusten. Je kunt een voorwerp van natuurlijke schoonheid gebruiken dat een bijzonder gevoel van inspiratie in je opwekt, zoals een bloem of een kristal. Maar iets dat een belichaming is van de waarheid, zoals een afbeelding van de Boeddha, of van Christus, of van je meester, is krachtiger.

    Je meester is je levende schakel met de waarheid; door je persoonlijke verhouding tot je meester verbindt alleen al het zien van zijn of haar gezicht je met de inspiratie en waarheid van je eigen natuur.

  • 20 januari

    Onze geest kan wonderbaarlijk zijn, maar tegelijkertijd onze ergste vijand. Hij geeft ons zo veel problemen. Soms wilde ik wel dat we hem uit konden doen en ‘s nachts op ons nachtkastje leggen, net als een gebit. Op z’n minst zouden we dan even bevrijd zijn van zijn vermoeiende escapades.

    We zijn zo aan de genade van onze geest overgeleverd dat we ons, zelfs als we merken hoe het onderricht een snaar in ons raakt en ons dieper beroert dan wat we ooit ervaren hebben, nog steeds terughoudend opstellen vanwege een diepgewortelde en onbegrijpelijke achterdocht.

    Maar eens zullen we moeten ophouden te wantrouwen. We moeten het wantrouwen en de twijfel loslaten; we veronderstellen dat ze ons beschermen maar ze werken nooit en doen ons uiteindelijk alleen maar meer pijn dan datgene waartegen we menen dat ze ons beschermen,

  • 19 januari

    In het Tibetaans noemen wij de wezenlijke natuur van de geest Rigpa – zuiver, oorspronkelijk gewaar zijn, dat tegelijkertijd intelligent, kennend, stralend en altijd wakker is. Deze natuur van de geest, zijn diepste wezen, is absoluut en altijd onaangetast door verandering en dood. Op dit moment is zij verborgen in onze eigen geest, onze sem, afgesloten en verduisterd door de chaos van onze gedachten en emoties. Maar net zoals wolken uiteengedreven kunnen worden door een sterke windvlaag, zodat de stralende zon en de wijdopen hemel worden onthuld, kunnen wij onzer bijzondere omstandigheden door een soort inspiratie een glimp van deze natuur van de geest opvangen. Deze ervaringen hebben vele lagen en niveaus, maar elk van hen geeft wat meer inzicht, em wat meer betekenis en vrijheid.

    Immers, de ‘natuur van de geest’ zelf is de bron van inzicht.

  • 18 januari

    Karma heeft niets met voorbeschikking te maken. Karma is ons vermogen tot creëren en veranderen. Het is creatief omdat we kunnen uitmaken hoe en waarom we handelen. We kunnen veranderen. De toekomst ligt in onze handen, en in ons hart.