Zelfs al heb je in grote lijnen een idee van wat de geest is, dan kan het nog moeilijk zijn om aan te geven wat dat nu precies is. Je kunt immers niet naar iets wijzen en zeggen: “Dit is mijn geest.” Waarom niet? Omdat je geest geen materieel iets is dat bestaat uit atomen en moleculen. In tegenstelling tot je hersenen, hart of andere organen heeft je geest geen kleur, vorm, gewicht of ander fysiek kenmerk.
Category: Uncategorized
-
Onderkennen hoe je geest vorm geeft aan je ervaringen
Je geest geeft vorm en kleur aan al je ervaringen, zonder enige uitzondering. De eerste twee verzen van de klassieke verzameling verzen over onderdelen van de boeddhistische leer, de Dhammapada, begint met de volgende uitspraak:
Verschijnselen worden voorafgegaan door de geest, geleid door de geest en gevormd door de geest. Als iemand spreekt of handelt met een onzuivere geest, volgt het lijden hem, zoals een wiel een os volgt die het voorttrekt.
-
Je leven wijden aan het welzijn van alle wezens
Veel boeddhistische tradities leren hun volgelingen actief de liefde voor en het mededogen met anderen te cultiveren – niet alleen degenen om wie je geeft, maar ook degenen die je tot last zijn of voor wie je vijandschap voelt. Sterker nog, sommige tradities geloven dat deze toewijding aan het welzijn van allen de kern van het spirituele pad vormt waarop alle andere boeddhistische religieuze praktijken gebaseerd zijn. In andere tradities ontwikkelen de liefde en het mededogen zich op natuurlijke wijze naarmate het inzicht zich verdiept en de wijsheid groeit, waarbij boeddhisten (wel) opgedragen wordt de verdiensten van hun meditatie en hun rituelen op te dragen aan alle wezens.
-
Geëngageerd boeddhisme
Het boeddhisme wordt vaak voorgesteld als een passieve religie, die introspectie en het afzonderen van wereldse zaken stimuleert. Gedurende een aantal decennia hebben Aziatische voorstanders van wat tegenwoordig (sociaal) geëngageerd boeddhisme wordt genoemd een nieuwe interpretatie gegeven aan de boeddhistische leer, die beter bij de moderne wereld past.
-
Je leven onderzoeken door meditatie
Door het grote publiek wordt het boeddhisme gezien als de religie van het mediteren. Immers, wie kent niet de beelden van Boeddha met gekruiste benen en half gesloten ogen, diep in spirituele reflectie verzonken? Of wie heeft niet eens één van de vele boeken doorgebladerd waarin de basisbeginselen van meditatie worden uitgelegd?
-
Een ethisch leven leiden
Ethisch gedrag vormt een essentieel onderdeel van het boeddhistische spirituele pad, al sinds de historische Boeddha voor het eerst monniken en nonnen waarschuwde af te zien van bepaald gedrag, omdat hen dat zou afhouden van het zoeken naar de waarheid. Tijdens Boeddha’s leven verzamelden zijn volgelingen deze richtlijnen en legden zij ze vast. Dit werd uiteindelijk de ethische code die, in min of meer ongewijzigde vorm, al meer dan 2500 jaar het kloosterleven bepaalt. (De term ‘kloosterleven’ slaat zowel op monniken als op nonnen). Deze code werd de basis voor kortere richtlijnen voor leken die opvallend gelijk zijn gebleven binnen de verschillende tradities.
-
De boeddhistische praktijken op waarde schatten
Iedereen die iets aan het boeddhisme wil hebben (en niet tevreden is met een paar interessante feiten) moet zich afvragen: “Hoe neem ik dit spirituele geneesmiddel in? Hoe kan ik de leer van Sakyamoeni op zo’n manier toepassen op mijn leven dat mijn rusteloosheid en onvrede minder worden, geneutraliseerd worden en uiteindelijk verdwijnen?” Het antwoord is spirituele praktijken beoefenen.
-
Verborgen in het duister – 1
Als Bella Greene de nieuwste aanwinst van het Dawn County Sheriff’s Department zes maanden eerder had ontmoet, zou alles er heel anders hebben uitgezien.
Ook dan zou ze de man uit zijn auto (die er snel uitzag) hebben zien stappen. Hij zou een belachelijk goed zittende spijkerbroek hebben gedragen en hebben geglimlacht op een manier waar haar knieën van gingen knikken. Maar dan zou ze het gesprek op een goede manier zijn begonnen. Dat gesprek zou misschien een klein beetje geflirt en een licht ongemakkelijk gevoel met zich mee hebben gebracht, gezien het feit dat ze niet haar gebruikelijke werkkleding droeg, maar een feestjurk en torenhoge hakken.
Onder andere omstandigheden zou ze beleefd zijn geweest, een beetje hebben gelachen om haar eigen pech en hebben geprobeerd om een nieuwe vriend te maken. Ze miste sociaal contact sinds ze weer thuis was in Kelby Creek, Alabama.
Onder andere omstandigheden.
Maar het briefje dat ze zo stevig in haar hand geklemd hield dat haar nagels zich in haar handpalm boorden, had elke normale reactie onmogelijk gemaakt. Het kon Bella niet schelen dat de man er goed uitzag. Hij had een lichte huidskleur met donkere ogen, zware wenkbrauwen, gitzwart haar dat naar achteren was gekamd en een scherpe neus en kaaklijn. Ergens deed hij haar denken aan de crush uit haar jeugd, A.C. Slater uit Saved by the Bell.
Ze kende hem niet. Hij was een vreemdeling. Een lange, donkere en knappe vreemdeling, maar toch een vreemdeling.
En aan de rand van de provinciale weg, met de stadsgrens in de verte en een kapotte pick-uptruck achter zich, stond Bella niet te wachten op een vreemde. Niet na het briefje dat ze in haar gereedschapstas had gevonden vlak voordat hij aan de kant van de weg was gestopt, en niet na de anonieme telefoontjes en e-emails van de afgelopen maanden. En die doos. Er waren op dit moment slechts twee mensen die Bella Greene kon vertrouwen. Die mensen zou ze in de stad ontmoeten. Ze was op weg geweest naar een prijsuitreiking voor kleine bedrijven toen haar pick-up had besloten ermee op te houden. Net toen de avond viel en er in de verte een storm op komst was.
“Hé daar.”
De stem van de man klonk diep en laag. Sterk, soepel. Doelgericht stak hij de tweebaansweg over. Toen hij de onverharde berm bereikte waar zij stond, liet hij zijn blik over haar heen gaan. Heel even dacht ze dat hij zijn aandacht op haar lichaam richtte – ze droeg tenslotte haar mooiste feestkleding – maar toen bedacht ze dat ze in haar ene hand weliswaar het briefje had, maar in haar andere een moersleutel. Een moersleutel die ze vasthield als een knuppel, alsof ze er elk moment mee kon gaan slaan.
“Ik neem aan dat je autopech hebt?” Zijn blik was gericht op de geopende motorkap van de oude Tácoma achter haar, die ze had gekocht nadat het familiebedrijf fatsoenlijk geld op was beginnen te leveren. Hij was verroest en versleten, maar bij uitstek geschikt voor het vervoeren van bouwmaterialen van de winkel naar de bouwplaats. Zelfs nu had ze er nog een bomvolle gereedschapskist in meegenomen.
Maar geschikte wapens zaten daar niet in, vandaar haar vertrouwde moersleutel.
“Het is oké. Ik wacht op mijn broer,” loog ze.
De man leek niet overtuigd. Hij wees naar de donkere wolken, die gevaarlijk dichtbij kwamen. Dat, en het feit dat het avond was, voorspelde niet veel goeds voor een voertuig met pech op het platteland. “Komt hij snel?”
Bella verstevigde haar greep op de moersleutel en sloeg aan het rekenen. Als hij op haar afkwam, hoelang zou ze dan hebben om in de tegenaanval te gaan? Hoe hard en snel zou ze hem met de sleutel kunnen raken om zichzelf een voorsprong te geven? Ze schoof haar voet in een reflex iets naar achteren en probeerde stevig te gaan staan, als een klein kind dat zich klaarmaakt voor iemand die haar kant op komt tijdens een spelletje red rover.
De beweging ontging de man niet. Zijn ogen werden groot. Hij stak zijn hand uit en verraste haar met een lach. “Ik vraag het alleen omdat ik net op de radio hoorde dat de storm zich snel verplaatst. Ik weet dat het herfst is, maar ik heb genoeg tornadopraat gehoord in het Zuiden om ze het hele jaar te vrezen.” Hij stak zijn hand in zijn achterzak en bezorgde haar bijna een hartaanval toen hij er iets uit haalde.
Toen hij het voorwerp in zijn hand aan haar liet zien in de schemering, merkte Bella echter dat haar angst enigszins afnam.
Het was een badge.
Hij hield hem zo dat ze hem kon zien. “Het is ook mijn plicht om iedereen in de county zo veilig mogelijk te houden.”
“Ben je een hulpsheriff?”
Hij knikte. “Het nieuwste lid van het Dawn County Sheriff’s Department. Mijn eerste officiële werkdag is morgen, maar…” Hij knikte opnieuw in de richting van de naderende storm “…ik dacht dat ik toch maar beter even kon stoppen om mijn hulp aan te bieden.”
Bella staarde naar de donkere wolken. Haar broer, Val, en hun vader, Grant, waren niet bij haar in de buurt. Haar moeder zat ver weg bij haar tante in Huntsville. Zoals Bella de laatste tijd goed had gemerkt, was haar vriendenkring gereduceerd tot kennissen van vroeger. En zelfs die contacten waren grotendeels verwaterd nadat ze de stad was ontvlucht. Bovendien zat het sleepbedrijf van Bob Sanders een halfuur verderop. En de laatste keer dat ze had gekeken, had hij prijzen gerekend die nog problematischer waren dan zijn aanrijtijd.
“Mijn naam is Marco. Marco Rossi.”
Bella stuurde haar gedachten terug naar het heden en weg van alle mensen die ze nog niet had gebeld.
Hulpsheriff Rossi stak zijn badge terug in zijn achterzak, maar maakte geen aanstalten om naar haar toe te komen. Hij stak zelfs zijn handen omhoog voordat ze kon reageren.
“Luister, ik snap het best. Een enge vent die je niet kent en die je langs de kant van de weg benadert terwijl je autopech hebt, maakt geen goede indruk. Maar ik kan je hier onmogelijk zomaar laten staan. Dus ik ga nu terug naar mijn auto en wacht daar tot je lift er is. Maar als er niemand komt of als het weer snel slechter wordt, zou ik het helemaal niet erg vinden om je een lift naar de stad te geven. Ik bedoel, Kelby Creek is zo klein, ik hoef vast niet eens om te rijden. Klinkt goed, toch?”
Dat had Bella niet verwacht. Toch knikte ze.
Daar nam Marco genoegen mee. “Oké.” Hij ging terug naar zijn auto, maar in plaats van in te stappen, leunde hij ertegenaan, met zijn blik gericht op het veld.
Bella liet haar greep op de moersleutel verslappen.
Het briefje bleef ze echter vasthouden terwijl ze haar vader en Val belde, ook om te zeggen dat ze de prijsuitreiking moest missen. Ze had het nog steeds in haar hand toen het begon te regenen. Pas toen ze haar pick-up had afgesloten en naar de hulpsheriff liep, stopte ze het in haar tas. “Kun je me naar Crisp’s brengen? Dat is een restaurant in de buurt van Main Street.”
Marco knikte snel en opende het portier aan de passagierskant voor haar. Toen ze voor hem bleef aarzelen, ving Bella een vleugje eau de cologne op. De geur deed haar aan het bos denken.
“Ik heb foto’s gemaakt van je auto en je kentekenplaat en die naar mijn vader en broer gestuurd. Ik heb je ook beschreven en je naam doorgegeven. Ik moet ze over tien minuten weer bellen; zo lang duurt het om daar te komen.”
Marco verraste haar opnieuw door te lachen. “Ik waardeer je voorzichtigheid.”
Bella haalde diep adem en gleed op de passagiersstoel. Ze zette haar tas op de vloer, maar bleef het gewicht ervan in haar hand voelen. De regen sloeg tegen de voorruit. Terwijl ze daarnaar keek, stonden drie woorden, geschreven in rode inkt, haar nog net zo helder voor de geest als toen ze ze voor het eerst had gelezen.
Hallo daar, vriend.
-
De boeddhistische geest van maatschappelijk dienstbetoon
De boeddhistische leer neemt het lijden van de mens als uitgangspunt en in deze tijd moeten we eveneens beginnen bij de vraag met welk lijden we nu geconfronteerd worden.
Wanneer monniken alleen maar preken afleveren die van tevoren zijn opgesteld zonder aandacht te besteden aan het werkelijke leed van de mensen, kunnen ze wel over het boeddhisme spreken, maar is hun interpretatie niet boeddhistisch. Hun benadering staat ver af van het oorspronkelijke verlangen van Sakyamuni om de mensen van leed te bevrijden.
In de jaren zestig van de vorige eeuw was ik in de gelegenheid een paar maal naar Thailand te gaan. Bij één van die gelegenheden sprak ik met het hoofd van het Thaise monastieke boeddhisme en ik zei tegen hem: “Onze christenbroeders en -zusters zetten zich heel oprecht in voor het verbeteren van de samenleving op het vlak van onderwijs, geneeskunde en welzijn. Wij boeddhisten hebben nooit aan die activiteiten gedaan, maar ik denk dat we iets van die praktijken van onze christenbroeders en -zusters zouden moeten leren.”
Maar de Sangharaja zei tegen mij: “Nee, wij boeddhistische monniken moeten ons blijven afzonderen van de maatschappij.”
Het is waar. De Vinaya-soetra zegt dat monniken zich moeten afzonderen van de maatschappij. Maar dat wil nog niet zeggen dat we alle nuttige en heilzame betrokkenheid bij de maatschappij zouden moeten vermijden.
De Vinaya zegt dat een monnik op een vredige plek moet leven, afgezonderd van wereldse mensen, zich aan de kloostervoorschriften moet houden en een zuivere levenswandel moet hebben, maar dat wil nog niet zeggen dat hij niet dienstbaar aan de samenleving kan zijn op het gebied van maatschappelijk werk, welzijnswerk of onderwijs. De Boeddha zelf is een goed voorbeeld. Op een dag merkte hij een heel zieke monnik op wiens lichaam vuil was omdat niemand voor hem had gezorgd. Daarom bracht de Boeddha zelf hem water, goot het over hem heen en vroeg zijn leerling Ananda het lichaam van de zieke man te wassen.
De Boeddha preekte niet alleen, maar trad ook handelend op. Dat is waarlijk maatschappelijk dienstbetoon. Net als Jezus Christus moeten wij, volgelingen van Boeddha, dezelfde geest uitstralen en de zieken en de armen helpen en ons inzetten voor boeddhisme in het moderne onderwijs.
In de Thaise kloostertraditie kunnen monniken volgens de Vinaya-soetra leven, ver van het wereldse leven, maar moeten ze ook de daden van naastenliefde van de Boeddha trachten te evenaren. Beide aspecten van het godsdienstige leven dienen juist begrepen en gecombineerd te worden. Dat het voorschrift luidt dat boeddhistische monniken en nonnen zich moeten afzonderen van de wereldse samenleving wil nog niet zeggen dat het hun verboden is maatschappelijk werk te doen.
In de jaren zeventig van de vorige eeuw begonnen sommige Thaise monniken maatschappelijke activiteiten te ontplooien. Ze staan bekend als ‘ontwikkelingsmonniken’ en ze zijn betrokken bij activiteiten als het bouwen van hospices voor aidspatiënten en het ontwikkelen van onderlinge hulpprogramma’s om de armen bij te staan.
Ik heb ook gehoord van monniken die betrokken zijn bij milieukwesties. Maar over het geheel genomen weet ik er niet veel van. Hoe het ook zij, onze christenbroeders en -zusters zijn veel actiever op het gebied van maatschappelijke hulpverlening.
De boeddhistische training is gebaseerd op de beoefening van karuna, of mededogen. En mededogen moet ingezet worden in de vorm van maatschappelijk dienstbetoon. Dat is heel cruciaal.
Volgens het boeddhisme is het niet zo dat God alles bepaalt, maar dat wijzelf de wereld scheppen. Het boeddhisme is een leer die begint bij het versterken van de individuele subjectiviteit.
Boos zijn is iets heel subjectiefs. Op een positieve manier boos zijn houdt in dat we onze ogen openen voor het leed in de wereld, voor maatschappelijk onrecht. Je toevlucht nemen tot de Boeddha wil niet zeggen dat je alles aan de Boeddha overlaat, maar eerder dat je een positieve geest van rivaliteit met de Boeddha aanneemt, dat je je vastbesloten verklaart om zelf een boeddha te worden.
Als ik dat doe, haalt dat de sluimerende kracht in mij naar boven, zodat ik de trots, het mededogen en de vriendelijkheid heb om mezelf te verbeteren en in de wereld te handelen.
Soms zal ik uit mededogen boos zijn, en ik zal gehechtheid opgeven die opgegeven moet worden, maar de gehechtheid van de bodhisattva aan het verlichten van het leed in de wereld zal ik blijven behouden.