Verborgen in het duister – 1

Als Bella Greene de nieuwste aanwinst van het Dawn County Sheriff’s Department zes maanden eerder had ontmoet, zou alles er heel anders hebben uitgezien.

Ook dan zou ze de man uit zijn auto (die er snel uitzag) hebben zien stappen. Hij zou een belachelijk goed zittende spijkerbroek hebben gedragen en hebben geglimlacht op een manier waar haar knieën van gingen knikken. Maar dan zou ze het gesprek op een goede manier zijn begonnen. Dat gesprek zou misschien een klein beetje geflirt en een licht ongemakkelijk gevoel met zich mee hebben gebracht, gezien het feit dat ze niet haar gebruikelijke werkkleding droeg, maar een feestjurk en torenhoge hakken.

Onder andere omstandigheden zou ze beleefd zijn geweest, een beetje hebben gelachen om haar eigen pech en hebben geprobeerd om een nieuwe vriend te maken. Ze miste sociaal contact sinds ze weer thuis was in Kelby Creek, Alabama.

Onder andere omstandigheden.

Maar het briefje dat ze zo stevig in haar hand geklemd hield dat haar nagels zich in haar handpalm boorden, had elke normale reactie onmogelijk gemaakt. Het kon Bella niet schelen dat de man er goed uitzag. Hij had een lichte huidskleur met donkere ogen, zware wenkbrauwen, gitzwart haar dat naar achteren was gekamd en een scherpe neus en kaaklijn. Ergens deed hij haar denken aan de crush uit haar jeugd, A.C. Slater uit Saved by the Bell.

Ze kende hem niet. Hij was een vreemdeling. Een lange, donkere en knappe vreemdeling, maar toch een vreemdeling.

En aan de rand van de provinciale weg, met de stadsgrens in de verte en een kapotte pick-uptruck achter zich, stond Bella niet te wachten op een vreemde. Niet na het briefje dat ze in haar gereedschapstas had gevonden vlak voordat hij aan de kant van de weg was gestopt, en niet na de anonieme telefoontjes en e-emails van de afgelopen maanden. En die doos. Er waren op dit moment slechts twee mensen die Bella Greene kon vertrouwen. Die mensen zou ze in de stad ontmoeten. Ze was op weg geweest naar een prijsuitreiking voor kleine bedrijven toen haar pick-up had besloten ermee op te houden. Net toen de avond viel en er in de verte een storm op komst was.

“Hé daar.”

De stem van de man klonk diep en laag. Sterk, soepel. Doelgericht stak hij de tweebaansweg over. Toen hij de onverharde berm bereikte waar zij stond, liet hij zijn blik over haar heen gaan. Heel even dacht ze dat hij zijn aandacht op haar lichaam richtte – ze droeg tenslotte haar mooiste feestkleding – maar toen bedacht ze dat ze in haar ene hand weliswaar het briefje had, maar in haar andere een moersleutel. Een moersleutel die ze vasthield als een knuppel, alsof ze er elk moment mee kon gaan slaan.

“Ik neem aan dat je autopech hebt?” Zijn blik was gericht op de geopende motorkap van de oude Tácoma achter haar, die ze had gekocht nadat het familiebedrijf fatsoenlijk geld op was beginnen te leveren. Hij was verroest en versleten, maar bij uitstek geschikt voor het vervoeren van bouwmaterialen van de winkel naar de bouwplaats. Zelfs nu had ze er nog een bomvolle gereedschapskist in meegenomen.

Maar geschikte wapens zaten daar niet in, vandaar haar vertrouwde moersleutel.

“Het is oké. Ik wacht op mijn broer,” loog ze.

De man leek niet overtuigd. Hij wees naar de donkere wolken, die gevaarlijk dichtbij kwamen. Dat, en het feit dat het avond was, voorspelde niet veel goeds voor een voertuig met pech op het platteland. “Komt hij snel?”

Bella verstevigde haar greep op de moersleutel en sloeg aan het rekenen. Als hij op haar afkwam, hoelang zou ze dan hebben om in de tegenaanval te gaan? Hoe hard en snel zou ze hem met de sleutel kunnen raken om zichzelf een voorsprong te geven? Ze schoof haar voet in een reflex iets naar achteren en probeerde stevig te gaan staan, als een klein kind dat zich klaarmaakt voor iemand die haar kant op komt tijdens een spelletje red rover.

De beweging ontging de man niet. Zijn ogen werden groot. Hij stak zijn hand uit en verraste haar met een lach. “Ik vraag het alleen omdat ik net op de radio hoorde dat de storm zich snel verplaatst. Ik weet dat het herfst is, maar ik heb genoeg tornadopraat gehoord in het Zuiden om ze het hele jaar te vrezen.” Hij stak zijn hand in zijn achterzak en bezorgde haar bijna een hartaanval toen hij er iets uit haalde.

Toen hij het voorwerp in zijn hand aan haar liet zien in de schemering, merkte Bella echter dat haar angst enigszins afnam.

Het was een badge.

Hij hield hem zo dat ze hem kon zien. “Het is ook mijn plicht om iedereen in de county zo veilig mogelijk te houden.”

“Ben je een hulpsheriff?”

Hij knikte. “Het nieuwste lid van het Dawn County Sheriff’s Department. Mijn eerste officiële werkdag is morgen, maar…” Hij knikte opnieuw in de richting van de naderende storm “…ik dacht dat ik toch maar beter even kon stoppen om mijn hulp aan te bieden.”

Bella staarde naar de donkere wolken. Haar broer, Val, en hun vader, Grant, waren niet bij haar in de buurt. Haar moeder zat ver weg bij haar tante in Huntsville. Zoals Bella de laatste tijd goed had gemerkt, was haar vriendenkring gereduceerd tot kennissen van vroeger. En zelfs die contacten waren grotendeels verwaterd nadat ze de stad was ontvlucht. Bovendien zat het sleepbedrijf van Bob Sanders een halfuur verderop. En de laatste keer dat ze had gekeken, had hij prijzen gerekend die nog problematischer waren dan zijn aanrijtijd.

“Mijn naam is Marco. Marco Rossi.”

Bella stuurde haar gedachten terug naar het heden en weg van alle mensen die ze nog niet had gebeld.

Hulpsheriff Rossi stak zijn badge terug in zijn achterzak, maar maakte geen aanstalten om naar haar toe te komen. Hij stak zelfs zijn handen omhoog voordat ze kon reageren.

“Luister, ik snap het best. Een enge vent die je niet kent en die je langs de kant van de weg benadert terwijl je autopech hebt, maakt geen goede indruk. Maar ik kan je hier onmogelijk zomaar laten staan. Dus ik ga nu terug naar mijn auto en wacht daar tot je lift er is. Maar als er niemand komt of als het weer snel slechter wordt, zou ik het helemaal niet erg vinden om je een lift naar de stad te geven. Ik bedoel, Kelby Creek is zo klein, ik hoef vast niet eens om te rijden. Klinkt goed, toch?”

Dat had Bella niet verwacht. Toch knikte ze.

Daar nam Marco genoegen mee. “Oké.” Hij ging terug naar zijn auto, maar in plaats van in te stappen, leunde hij ertegenaan, met zijn blik gericht op het veld.

Bella liet haar greep op de moersleutel verslappen.

Het briefje bleef ze echter vasthouden terwijl ze haar vader en Val belde, ook om te zeggen dat ze de prijsuitreiking moest missen. Ze had het nog steeds in haar hand toen het begon te regenen. Pas toen ze haar pick-up had afgesloten en naar de hulpsheriff liep, stopte ze het in haar tas. “Kun je me naar Crisp’s brengen? Dat is een restaurant in de buurt van Main Street.”

Marco knikte snel en opende het portier aan de passagierskant voor haar. Toen ze voor hem bleef aarzelen, ving Bella een vleugje eau de cologne op. De geur deed haar aan het bos denken.

“Ik heb foto’s gemaakt van je auto en je kentekenplaat en die naar mijn vader en broer gestuurd. Ik heb je ook beschreven en je naam doorgegeven. Ik moet ze over tien minuten weer bellen; zo lang duurt het om daar te komen.”

Marco verraste haar opnieuw door te lachen. “Ik waardeer je voorzichtigheid.”

Bella haalde diep adem en gleed op de passagiersstoel. Ze zette haar tas op de vloer, maar bleef het gewicht ervan in haar hand voelen. De regen sloeg tegen de voorruit. Terwijl ze daarnaar keek, stonden drie woorden, geschreven in rode inkt, haar nog net zo helder voor de geest als toen ze ze voor het eerst had gelezen.

Hallo daar, vriend.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *