Veel Japanse monniken die ik ken die zich bezighouden met diverse vormen van maatschappelijke actie, worden geïnspireerd door boosheid of verontwaardiging, maar andere monniken zeggen vaak tegen hen dat ze nog niet verlicht zijn en slechts een laag niveau van boeddhistisch inzicht hebben. Het Japanse boeddhisme leert dat we, of boosheid nu gebaseerd is op mededogen of niet, die boosheid moeten onderdrukken. Zelfs als er sprake is van maatschappelijk onrecht, zelfs als er sprake is van maatschappelijk onrecht, zelfs als er vreselijke dingen gebeuren: boos zijn is niet boeddhistisch, het is een schending van de boeddhistische leer. Tegelijkertijd maken veel monniken zich boos om onbeduidende dingen.
Ik denk dat we het hebben over boosheid begrijpen op het verstandelijke vlak.
Ik heb wel eens met een rijke Zwitserse vrouw gesproken die me vragen stelde over gehechtheid. Het boeddhisme leert dat we gehechtheid moeten overwinnen, maar mensen verwarren onthechting vaak met onverschilligheid. Deze vrouw dacht dat gehechtheid overwinnen betekende dat je goede dingen niet eens als goed erkende. Ze vroeg me bijvoorbeeld of de geest die verlichting nastreeft, niet gehecht is aan verlichting, en of we daar niet vanaf moesten zien te komen. Maar de geest die verlichting nastreeft, vertoont een gehechtheid die we zouden moeten behouden, niet zouden moeten wegdoen. De gehechtheid die iets goeds nastreeft is de moeite waard.
Deze vrouw zei ook dat als ze geen gehechtheid kende, ze niet echt onbaatzuchtige activiteiten kon ontplooien. Maar ook dat is een verkeerd denkbeeld. Het soort gehechtheid dat we moeten zien kwijt te raken, is het verlangen dat gebaseerd is op bevooroordeelde meningen. Ik zei dat bodhisattva’s veel gehechtheid hebben. Het waardevolle, verlangen van een onbevooroordeeld hart is niet het soort gehechtheid waarvan we ons moeten ontdoen.
In het boeddhisme betekent ‘gehechtheid kwijtraken’ dat je je ontdoet van misplaatste verlangens. Waardevolle en goede verlangens blijven we nodig hebben, en zouden we ons er niet van moeten ontdoen.
Waardevolle en goede verlangens, zoals de geest die verlichting nastreeft, zijn niet het soort verlangens die we volgens de boeddhistische leer moeten overwinnen. Om de goede geest te verwezenlijken die grotere doelen zoals verlichting nastreeft, moeten we de geest van gehechtheid overwinnen die slechts kleine doelen kent, gebaseerd op bevooroordeelde meningen.
Dit idee is misschien moeilijk te begrijpen, aangezien we het woord ‘gehechtheid’ gebruiken om naar beide soorten verlangen te verwijzen. Maar de geest die goede dingen zoals verlichting nastreeft, is het behouden waard, terwijl de geest van gehechtheid die gebaseerd is op bevooroordeelde meningen, opgeheven moet worden.
In theorie is het waar dat boosheid nooit goed is en dat we alle gehechtheid moeten zien kwijt te raken. Maar wanneer we in feite geconfronteerd worden met maatschappelijk onrecht, en nadenken over de vraag hoe we dat kunnen verhelpen, is niet alle boosheid slecht en zouden we niet moeten proberen alle gehechtheid te overwinnen. Boosheid is in theorie verkeerd, en we moeten van gehechtheid zien af te komen, maar in de praktijk kunnen we ze niet volledig negeren. We moeten onderscheid maken tussen theorie en praktijk.
Als we deze twee soorten gehechtheid – goede en verkeerde gehechtheid – begrijpen, kunnen onze ogen echt openen. De meeste mensen weten niet goed raad met deze kwestie van gehechtheid.
In het Japanse boeddhisme heeft een klein aantal zeer invloedrijke Zenboeddhisten, Shingon, en andere monniken gezegd dat ze verlicht zijn en onthecht van materiële zaken, dus zelfs als ze een aantal dure buitenlandse auto’s of Rolex-horloges hebben, iedere avond met geisha’s stoeien en ontstellende hoeveelheden geld uitgeven, is dat geen probleem omdat ze ‘onthecht’ zijn.
Ieder gewoon mens zou dit een vreemde discrepantie vinden. De monniken gebruiken de logica van het overwinnen van gehechtheid in het boeddhisme om hun daden te rechtvaardigen. Het gedrag van deze kleine groep monniken heeft vele Japanners van het boeddhisme vervreemd en hen doen denken dat het tijdverspilling is.
Gehechtheid overwinnen betekent niet dat je onverschillig wordt. Verkeerde gehechtheid moet opgegeven worden, maar goede gehechtheid moet behouden blijven in ons streven onszelf te verbeteren.
Volgens de Tibetaanse esoterische leer van Dzogchen is het zo dat als we ons bezighouden met godsdienstbeoefening, we de juiste kennis moeten hebben van hoe we wel en hoe we niet moeten handelen. De monniken die zeggen dat ze geen gehechtheid meer hebben, genieten in werkelijkheid van veel wereldse zaken. Ze zouden dit innerlijke begrip moeten hebben, maar hun gedrag is misplaatst en laat juist het tegenovergestelde zien. We moeten in de praktijk uiting geven aan wat we innerlijk begrepen hebben. Ze zeggen dat ze het begrijpen, maar hun daden tonen aan dat hun inzicht niet deugt.
De naleving van de voorschriften, die een belangrijke rol in het boeddhisme speelt, biedt veel praktische raad. Zen en andere ‘hogere’ vormen van beoefening nemen het verstandelijke begrijpen veel serieuzer dan het daadwerkelijke handelen in het dagelijks leven, dat ze onbetekenend vinden, omdat dit handelen bij een lager bestaansniveau hoort.
Ik geloof dat Vinaya in de Japanse boeddhistische kloosters niet veel beoefend wordt. Hetzelfde geldt voor de Tibetaanse samenleving. Veel oudere monniken die in de Verenigde Staten wonen, zeggen dat ze een diepe staat van verlichting hebben bereikt en dat het niet uitmaakt wat ze doen, aangezien ze zich met zo’n hoog niveau van godsdienstbeoefening bezighouden. Ze gedragen zich dus als ieder ander wereldlijk persoon. Natuurlijk is het bij de boeddhistische beoefening zo dat wat iemand innerlijk ook mag hebben begrepen, hij de voorschriften moet naleven, en dat soort gedrag is het bewijs dat men de voorschriften niet naleeft.
Omdat spiritualiteit over het algemeen zo belangrijk wordt geacht, leggen we te veel nadruk op verlichting en zijn we geneigd geen acht te slaan op het gedrag in het dagelijks leven, omdat het iets is wat tot een lager niveau behoort. Het hierboven beschreven gedrag van de monniken zegt meer over het soort mens dat zij zijn dan over het Japanse boeddhisme.
Het feit dat ze bestaan en in hun gemeenschap soms vrij veel gezag uitoefenen, laat echter zien welke problemen zich zoal in het Japanse boeddhisme voordoen. Maar natuurlijk zijn er in Japan ook veel monniken die oprecht respect verdienen.
Leave a Reply