In Tibetaanse kloosters zijn de monniken geneigd de betekenis van de soetra’s te bestuderen, maar niet hun geest te kalmeren door die in praktijk te brengen. Ze vergaren kennis, maar passen die niet toe.
Van oudsher bestuderen monniken in de kloosters de soetra’s en wordt hun tegelijkertijd het Lamrim-systeem onderwezen, dat zich toelegt op het kalmeren van de geest en het transformeren van de persoonlijkheid. Maar de laatste tijd concentreren onze monniken zich meer op de soetra’s en minder op Lamrim. Het hangt af van de meester die onderwijst, maar als hij een groot meester is, zal hij niet alleen de soetra’s onderwijzen, maar ook goede methoden om de geest te kalmeren en aan zelfverbetering te werken.
Als een meester slechts kennis biedt, kan zijn leerling zijn soetra’s nog zo goed kennen, maar dan zal hij misschien toch arrogant, jaloers en onwetend zijn en zal zijn geest niet tot rust zijn gebracht. Dit zijn tekenen dat iemand verstrikt is geraakt in studie zonder praktische beoefening.
De Boeddha leerde ons duidelijk dat als je grote kennis hebt, deze waardeloos is als de geest niet rustig is. Als we onderricht van een meester krijgen, moeten we dat niet alleen op verstandelijk niveau aanvaarden, maar ook met het hart, en het gebruiken om onze geest tot rust te brengen. In Tibetaanse kloosters leren monniken niet alleen soetra’s reciteren, maar wordt hun ook de leer van Lamrim aangeboden, zodat ze de betekenis van de soetra’s opnemen in hun hart en ze gebruiken om hun geest positief te beïnvloeden.
Leave a Reply